錬武館

Informatie over de verschillende disciplines

De weg van het trekken van het zwaard

Iaido heeft heel oude wortels in de Japanse krijgskunst. In de tweede helft van de vijftiende eeuw stichtte Izasa Ienao de Tenshin Shoden Katori Shinto Ryu, een school die de dynamische kunst van iai-jutsu bedacht. Er werden meer dan 200 ryu (scholen) opgericht die zich vooral bezighouden met zwaard-trekken-technieken in de erfenis van deze geweldige en inspirerende man.

Iaido werd pas na de Tweede Wereldoorlog gevormd toen een reeks van tien kata (vormen) werd gekozen, uit vier koryu, genaamd seitei kata. Iaido is een manier om te verdedigen en aan te vallen met een echt zwaard. Je kunt het zien als een equivalent van het snelle vuurgevecht van de cowboy. Iaido wordt het meest uitgevoerd in kata waarin aanval en verdediging worden voorgeschreven. Vanwege het gevaar van verwondingen wordt iaido alleen beoefend met een denkbeeldige tegenstander. Het zwaard werd gezien als de ziel van de samurai en was daarom een heilig en zeer respectabel wapen.

Op onze school worden voornamelijk de twee ryu Muso Shunden Ryu en Hoki ryu beoefend.

Wil je graag een iaido-film kijken? Klik hier om het fragment te downloaden.


The way of drawing the sword

Iaido has very old roots in the Japanese martial arts.In the latter half of the fifteenth century, Izasa Ienao founded the Tenshin Shoden Katori Shinto Ryu, a school that devised the dynamic art of iai-jutsu. There were over 200 ryu (~school) founded that are primarily concerned with sword-drawing techniques in the afterglow of this amazing and inspirational man.

Iaido was formed only after World War II when a series of ten kata (~forms) were chosen, out of four koryu, called seitei kata. Iaido is a way of defending and attacking with a real sword. You can see it as an equivalent of the cowboy’s fast gunfighting. Iaido is most performed in kata in which attack and defence are prescribed. Because of the danger of injuries, iaido is practised single with a imaginary opponent. The sword was seen as the soul of the samurai and was therefore a sacred and very respectable weapon.

In our school Muso Shinden Ryu and Hoki Ryu are the two ryu mainly practised.

Would you like to watch an iaido movie? Click to download.

De weg van de stok

Jodo heeft wortels in de Japanse vechtsporten die ook ver in de geschiedenis teruggaan. In de tweede helft van de vijftiende eeuw stichtte Muso Gonnosuke Katsuyoshi, een student van de Tenshin Shoden Katori Shinto-ryu, de Muso Shindo Ryu, een school die de dynamische kunst van jo-jutsu bedacht. De legende vertelt dat Gonnosuke de enige persoon was die de beroemde zwaardvechter Miyamoto Musashi ooit zou kunnen verslaan. Ong. in het jaar 1605 slaagde Gonnosuke erin Musashi te verslaan zonder hem grote schade te berokkenen. Gonnosuke werd vechtsportinstructeur van de Kuroda-clan, gelegen in het noorden van Kyushu. Muso Gonnosuke, grondig veranderd door zijn ontmoeting met Musashi en door een goddelijke visie bovenop Mount Homan, had een uitstekende ‘stok-kunst’ gecreëerd, de Shinto (of Shindo) Muso-ryu jojutsu. ~ De hemelse manier van Muso's stok. Er waren houten stok-kunsten vóór de tijd van Gonnosuke. De Tenshin Shoden Katori Shinto-ryu hadden bojutsu methoden met behulp van de rokushaku bo (zes-voet stok) .In Muso Shindo Ryu zijn vijf gevechtsporten vastgelegd:

  • Shindo Ryu Kenjutsu of zwaardkunst
  • Isshin Ryu Kusarigamajutsu of Sikkel and Ketting
  • Ikkaku Ryu Juttejutsu of een voormalig Japanse poitiewapen genaamd jitte of jutte
  • Uchida Ryu Tanjojutsu of wandelstok
  • Ittasu Ryu Hojojutsu touwbindende kunst

Jodo is een krachtige kunst, waarin een jo wordt gebruikt tegen een zwaardvechter.

De jo kan worden gebruikt om te slaan als een zwaard, vegen als een naginata, stoten als een speer (yari). De twee uiteinden kunnen worden gebruikt, in tegenstelling tot het enkele punt van een zwaard, en de ma-ai (vechtafstand) kan worden gevarieerd afhankelijk van de handgreep die je neemt. Vanwege zijn snelheid en veranderlijke ma-ai is het een formidabel wapen in handen van een ervaren meester.

Jo technieken

Er zijn 12 kihon, die ook de basis vormen van de moderne Zen Nihon Kendo Renmei Jodo-bu (All Japan Kendo Federation Way of Jo Section). Er zijn ook 12 omote waza ("uiterlijke" vormen), 12 chudan, 2 ran-ai, 12 kage, 6 samidare, 5 gohon no midare, en 12 okuden ("geheime" vormen).
Studenten beginnen met tandoku renshu (enkele oefening), waarbij de basis van kihon solo worden uitgevoerd. Dit wordt gevolgd door sotai renshu, beoefenend in paren, waarbij één persoon de rol van zwaardvechter op zich neemt tegen een jojutsu persoon.
De juiste houding voor het beoefenen van kata is dat alle aanvallen worden gekenmerkt door ontspannen bewegingen en houdingen, waarbij maximale focus van energie alleen wordt toegepast op het moment van impact. Dit maakt maximale efficiëntie van beweging en behoud van energie mogelijk en biedt de student ook een kritische marge (yoyu) om te gebruiken in het geval van iets onvoorziens.
Naast de techniek is er echter een gedicht uit de mondelinge traditie dat de student aanspoort om: "(...) Zich te concentreren op het zijn van een persoon die anderen geen letsel toebrengt Onze leer is: “In het hart van de jo is een pijl."
In een ander gezegde leerde Shimizu sensei zelf aan zijn studenten: "Jodo moet gedaan worden om iemands karakter te bouwen en jodo moet een stuurwiel zijn. De weg is leven. Er zijn allerlei manieren waarop je de weg kunt begaan. Gebruik jodo om je op een zo recht mogelijk pad door het leven te sturen" ....


The way of the stick

Jodo has roots in the Japanese martial arts that go back also. In the latter half of the fifteenth century, Muso Gonnosuke Katsuyoshi,a student of the Tenshin Shoden Katori Shinto-ryu, founded the Muso Shindo Ryu, a school that devised the dynamic art of jo-jutsu. The legend tells that Gonnosuke was the only person that could ever defeat the famous swordsman Miyamoto Musashi. Approx. in the year 1605 Gonnosuke managed to defeat Musashi without causing him great harm. Gonnosuke became martial arts instructor to the Kuroda clan, located in northern Kyushu. Muso Gonnosuke, profoundly changed by his encounter with Musashi and by a divine vision atop Mount Homan, had created a pre-eminent staff art, the Shinto (or Shindo) Muso-ryu jojutsu. ~The Heavenly Way of Muso's staff.There were wooden staff arts before Gonnosuke's time. The Tenshin Shoden Katori Shinto-ryu had bojutsu methods using the rokushaku bo (six-foot staff).In Muso Shindo Ryu are five martial arts captured:

  • Shindo Ryu Kenjutsu or sword art
  • Isshin Ryu Kusarigamajutsu or Sickle and Chain
  • Ikkaku Ryu Juttejutsu or truncheon (a former police-weapon)
  • Uchida Ryu Tanjojutsu or walking stick
  • Ittasu Ryu Hojojutsu or rope tying art

Jodo is a powerful art, in which a jo is used against a swordsman.

The jo can be used to strike like a sword, sweep like a naginata, thrust like a spear (yari). Its two ends can be used, unlike the single point of a sword, and its ma-ai (fighting distance) can be varied according to the hand grip you take. Because of its speed and changeable ma-ai, it is a formidable weapon in the hands of a skilled master.

Jo Techniques

There are 12 kihon, which also form the basics of the modern Zen Nihon Kendo Renmei Jodo-bu (All Japan Kendo Federation Way of Jo Section). There are also 12 omote waza ("outward" forms), 12 chudan, 2 ran-ai, 12 kage, 6 samidare, 5 gohon no midare, and 12 okuden ("secret" forms).
Students begin with tandoku renshu (single practice), in which the basics, or kihon are performed solo. This is followed by sotai renshu, practicing in pairs, in which one person assumes the role of a swordsman against a jojutsu person.
The proper attitude for practicing kata is that all attacks are characterized by relaxed movements and postures, maximum focus of energy being applied only at the actual moment of impact. This allows maximum efficiency of movement and conservation of energy and also provides the trainee with a critical margin (yoyu) to be used in the case of something unforeseen occurring.
Beyond technique, however, there is a poem from the oral tradition that admonishes the student to: ". . . Concentrate on being a person who causes no injury to others. Our teaching is: In the heart of the jo is an arrow."
In another saying, Shimizu sensei himself taught his students that, "Jodo should be done to build one's character and that jodo should be like a steering wheel. The road is life. And there are all kinds of ways one can go down the road. Use jodo to steer as straight a course as possible through life" ....

De weg van het zwaard

Kendo wordt beoefend met bamboe zwaarden. Het bamboezwaard ("shinai") bestaat uit vier losse repen bamboe die bij elkaar worden gehouden door een leren handgreep en punt. Met deze shinai mag geslagen worden naar het hoofd, de rechterpols, de rechterzijde van de romp en de keel. Deze lichaamsdelen zijn goed beschermd door een aantal uitrustingsstukken. Het hoofd wordt beschermd door een helm ("men") die bestaat uit een stalen traliewerk en een rand van stevige stof. Ter bescherming van de keel is een harde keelflap aan de men bevestigd. Een hard borstkas ("do") behoedt de romp voor harde slagen. De polsen tenslotte, worden beschermd door stevige handschoenen ("kote").Deze uitrusting, in combinatie met de strenge voorwaarden waaraan alle technieken moeten voldoen zorgt ervoor dat Kendo een relatief blessurevrije sport is.

Kendo bestaat feitelijk uit 4 basistechnieken: de slag naar het hoofd ("men"), de slag naar de rechterpols ("kote"), de slag naar de rechterzijde van de romp ("do") en de steek naar de keel ("tsuki"). De slagen gaan vergezeld van een harde schreeuw ("kiai") waarmee de kendoka zijn ademhaling reguleert, de tegenstander onder druk zet en zijn energie focust.
Het belang van de beheersing van deze basistechnieken komt onder andere tot uitdrukking in een wedstrijd ("shiai") waar een treffer alleen een punt oplevert als de techniek correct is uitgevoerd met de juiste instelling en doelbewustheid, en vergezeld van een kiai. Toevalstreffers en slecht afgewerkte slagen leveren dus geen punten op. Een shiai duurt 5 minuten. De kendoka die het eerst 2 punten scoort wint.


The way of the sword

Kendo is practiced with bamboo swords. The bamboo sword ("shinai") consists of four loose strips of bamboo that are held together by a leather handle and tip. This shinai is used to strike the head (men), the right wrist (kote), the right side of the trunk (do) and the throat (tsuki). These body parts are well protected by a number of outfit parts. The head is protected by a helmet ("Men") which consists of a steel grille and a solid material edge. To protect the throat a hard throat flap is attached to the Men. A hard chest cuff ("Do") protects the body from strokes. The wrists, and finally, are protected by sturdy gloves ("kote"). This equipment, in combination with the strict conditions with which all techniques have to comply, ensures that Kendo is a relatively injury-free sport.

Kendo actually consists of 4 basic techniques: the battle to the head ("men"), the battle to the right wrist ("kote"), the stroke to the right side of the trunk ("do") and the strike to the throat (" tsuki "). The blows are accompanied by a loud scream ("kiai") with which the kendoka regulates his breathing, puts the opponent under pressure and focuses his energy.
The importance of controlling these basic techniques is expressed, for example, in a competition ("shiai") where a hit only yields a point if the technique is correctly executed with the correct attitude and purposefulness, and accompanied by a kiai. Accidental hits and poorly finished shots do not yield points. A shiai lasts 5 minutes. The kendoka who scores 2 points first, wins.